Einde pensioen in eigen beheer

Op Prinsjesdag is bekendgemaakt dat er vanaf 1 januari 2017 geen verdere opbouw meer mag plaatsvinden van het pensioen in eigen beheer. Hoe zien de plannen eruit? Wat betekent dit voor uw pensioenvoorziening?

Pensioen in eigen BV opbouwen

In eigen beheer

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) mag u uw pensioen in uw eigen BV opbouwen. Die pensioenaanspraken vertegenwoordigen een waarde en jaarlijks kan daarvan een actuarieel berekend gedeelte worden gereserveerd voor de toekomstige uitkeringen. Die jaarlijkse opbouw wordt ten laste gebracht van het belastbare bedrag van de BV. Bijkomend voordeel is dat die bedragen niet worden afgestort bij een verzekeringmaatschappij, maar ‘gewoon’ in de eigen BV blijven en gebruikt kunnen worden voor investeringen.

Pensioenopbouw steeds meer beperkt

Door allerlei fiscale maatregelen is die jaarlijkse opbouw steeds meer beperkt. De ‘echte’ waarde van de pensioenaanspraken (de commerciële waarde) is dan ook veel hoger dan het bedrag dat in eigen beheer op de fiscale balans staat. Zou een DGA met in de BV een fiscale pensioenverplichting van stel € 100.000,-, die verplichting willen overdragen aan een verzekeringsmaatschappij, dan kan de koopsom daarvan in de praktijk makkelijk zo’n € 150.000,- bedragen.

Uitkeren dividend

Bij het eventueel uitkeren van dividend uit een BV waarin een pensioen in eigen beheer is ondergebracht, stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat rekening moet worden gehouden met die commerciële waarde. Dit betekent dat de BV uit ons voorbeeld meer dan € 150.000,- aan middelen moet hebben om überhaupt dividend uit te mogen keren. Zo niet, dan wordt het uitkeren van dividend aangemerkt als belaste afkoop van de gehele pensioenaanspraak. Dat betekent een heffing van 52% inkomstenbelasting verhoogd met 20% revisierente!

Pensioen ‘onder water’

Bij veel BV’s staat de pensioenverplichting ‘onder water’. Daarvan is sprake als de BV onvoldoende middelen bezit tegenover de pensioenverplichting in eigen beheer.

Vanaf 2017

Afstempelen

Voorgesteld wordt nu dat de pensioenaanspraken de komende drie jaar belastingvrij kunnen worden verlaagd (afstempelen) tot aanspraken die overeenstemmen met de lagere fiscale waardering. De DGA uit ons voorbeeld verlaagt dan zijn aanspraken (lees: zijn latere uitkering) tot een niveau dat overeenkomt met de uitkering die een verzekeringsmaatschappij wil geven bij storting van een koopsom van € 100.000,-.

Afkoop

Het wetsontwerp gaat nog een stap verder: de DGA mag zelfs in de komende drie jaar afzien van al zijn pensioenaanspraken. Vanaf 1 januari 2017 is dan ‘enkel’ loonbelasting (merendeels 52%) verschuldigd over de fiscale waarde. Het restant kan onbelast worden uitgekeerd aan de DGA of in rekening-courant worden verwerkt. Ook is er geen revisierente verschuldigd.

Korting

Bij een afkoop in 2017 wordt zelfs een korting verleend van 34,5% op de fiscale waarde per peildatum 31 december 2015 (in ons voorbeeld 34,5% van € 100.000,-, zodat over € 65.500,- maximaal 52% belasting is verschuldigd). Bij iedere € 100.000,- aan fiscale pensioenvoorziening betekent dit dus een belastingafdracht van € 34.060,- en een onbelaste uitkering aan de DGA of vordering van de DGA van € 65.940,-. In 2018 bedraagt die korting nog 25% en in 2019 19,5%.

Let op. De (ex-)partner van de DGA moet instemmen met zowel het afstempelen als met de afkoop.

 

 

Bron: Indicator Tips & Advies